Hoogdruk, de oudste drukmethode, werkt volgens een basisprincipe: inkt wordt op een verhoogd oppervlak aangebracht en papier wordt ertegen gedrukt om het beeld over te brengen. Deze techniek komt voor bij bekende hulpmiddelen zoals stempels en elementen van een typemachine.

Hoogdruk maakt gebruik van verschillende onderdelen om tekst en beelden over te brengen. Voor letters en cijfers worden loden letters, Monotype, Linotype en Ludlow-regels gebruikt. Daarnaast kunnen platen van houtsneden, houtgravures, linoleumblokken en foto-etsen worden ingezet, omdat hun verhoogde oppervlakken zowel illustraties als foto's kunnen drukken.

Deze methode wordt nog steeds gebruikt voor uiteenlopende producten, waaronder kranten, boeken en tijdschriften, met een grote verscheidenheid aan platen op verschillende soorten persen.
BEELDSPIEGELING. Hoewel het principe van drukken vanaf een verhoogd oppervlak eenvoudig is, is beeldspiegeling een belangrijk aandachtspunt. Zoals weergegeven in figuur 1-8 staat het verhoogde drukoppervlak zelf in spiegelbeeld of achterstevoren. Dit is een bewuste voorbereiding, zodat het een correct leesbaar beeld op het papier overbrengt.
De bredere context wordt bepaald door een aanhoudende verschuiving naar digitale automatisering en een grotere nadruk op duurzame praktijken, wat de materiaalkeuze en productieworkflows bij alle drukmethoden beïnvloedt.